| prins Claus |
|
Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Claus der NederlandenOp zondagavond 6 oktober jongstleden overleed in het Academisch Medisch Centrum te Amsterdam Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Claus der Nederlanden.Van zijn leven in Nederland waren zowel begin als einde in Nederland moeitevol. Het begin, zijn verloving en huwelijk met de toenmalige kroonprinses Beatrix, was omgeven met protesten vanwege zijn afkomst. Het einde moeitevol vanwege ziekte. Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Claus der Nederlanden werd op 6 september 1926 als Claus Willem Otto Frederik Geert von Amsberg geboren op het Rittergut van zijn moeders familie in Dötzingen (Hitzacker), Nedersaksen. Hij was de enige zoon naast zes dochters van Claus Felix Friedrich Leopold Gabriel Archim Julius August von Amsberg en Gosta Julie Adelheid Marion Marie Freiin von dem Bussche-Haddenhauschen. Van 1933 tot 1936 bezocht Claus de lagere school in Bad Doberan in Mecklenburg; vervolgens vertrok hij naar een kostschool te Lushoto in Tanganjika, waar zijn ouders sinds 1928 woonden. Claus, die weldra vloeiend Swahili sprak, noemde dit de meest opwindende en gelukkigste periode van zijn jeugd. En hij voelde zich sindsdien een beetje een Afrikaan. Van 1938 tot 1943 verbleef hij op het exclusieve internaat Baltenschule te Misdroy in Pommeren. Claus verrichtte van 1943 tot 1944 enige maanden arbeidsdienst in Kiel en Koningsbergen. Weer terug op de middelbare school werd hem in juli 1944 een oorlogseinddiploma uitgereikt. Meteen hierna werd Claus opgeroepen voor militaire dienst. De Prins werd ingedeeld bij de reserve-pantserafdeling 6 in Neuruppin, waar hij tot maart 1945 bij ingedeeld bleef. In maart 1945 werd de Prins ingedeeld bij de negentigste pantserdivisie in Italië. Aan gevechts-handelingen nam hij echter niet meer deel: begin mei werd hij bij Merano door de Amerikaanse legers krijgsgevangen gemaakt. Hij kwam terecht in een kamp in Ghedi (bij Brescia) en kreeg daar werk als chauffeur en tolk. In september 1945 brachten de Amerikanen hem als tolk over naar het Amerikaanse kamp Latimer bij Amersham in Engeland. Na zijn ontslag uit de krijgsgevangenschap vestigde prins Claus zich in december 1945 in Hitzacker. Om na de oorlog te kunnen gaan studeren, moest prins Claus zoals alle jonge mannen een door de geallieerden ingestelde politieke zuiveringscommissie passeren. Net als alle middelbare schoolkinderen was hij automatisch lid geweest van NSDAP-jongerenorganisaties als "Jungvolk" en "Hitlerjugend". Ten aanzien van de Prins luidde het oordeel van de zuiveringscommissie " nicht betroffen" (niet van toepassing). Opnieuw moest e Prins zijn eindexamen voor de middelbare school afleggen, aangezien zijn oorlogsdiploma niet werd erkend. Claus nam deel aan een speciaal voor gedemobiliseerden ingestelde examencursus en legde eind 1947 het eindexamen met goed gevolg af. De door Claus gewenste studie werktuigbouwkunde is vanwege de ingestelde numerus clausus niet mogelijk. Na een praktijkjaar in een machinefabriek in de buurt van Hamburg besluit Von Amsberg als werkstudent rechten te gaan studeren in Hamburg. In 1952 legde hij zijn eerste staatsexamen af (Referendar), Zijn volgende staatsexamen (Assessor) deed hij in 1956, nadat hij de nodige praktische juridische kennis had opgedaan bij onder meer enkele rechterlijke colleges en een advocatenkantoor ik Hamburg. Gedurende deze periode maakte Claus ook een studiereis naar Amerika. Begin 1957 nam de Prins met succes deel aan het vergelijkende selectie-examen voor de Duitse buitenlandse dienst. In 1958 slaagde hij voor het diplomatieke examen (Attaché). Vervolgens was hij van mei 1958 tot maart 1961 als derde en later als tweede ambassadesecretaris werkzaam op de Duitse ambassade in de Dominicaanse Republiek. Daarna was de Prins nog enkele jaren in diplomatieke dienst in Afrika, om vervolgens in januari 1963 naar het Ministerie van Buitenlandse Zaken in Bonn te worden overgeplaatst. Hier was Claus tot augustus 1965 werkzaam bij de sectie Economische Betrekkingen met Afrika ten zuiden van de Sahara.
De verloving van prins Claus met kroonprinses Beatrix leidde aanvankelijk tot felle protesten, vooral vanwege zijn Duitse nationaliteit, die herinneringen aan de Duitse bezetting van Nederland opriep. De Tweede Kamer aanvaardde op 10 november 1965 een door de regering ingediend wetsontwerp tot het verlenen van toestemming aan de Prinses om met Claus von Amsberg in het huwelijk te treden. Het wetsontwerp passeerde op 8 december de Eerste Kamer. Twee dagen later verkreeg Claus von Amsberg bij wet het Nederlanderschap. Het huwelijk werd op 10 maart 1966 door burgemeester Van Hall voltrokken in het stadhuis van Amsterdam. De kerkelijke inzegening vond plaats in de Westerkerk door ds. H.J. Kater. De huwelijkspreek werd gehouden door ds. J.H. Sillevis Smitt. Claus von Amsberg ontving bij deze gelegenheid de titel Prins der Nederlanden en het predikaat Jonkheer van Amsberg. Het jonge paar ging wonen op kasteel Drakensteyn in de gemeente Lage Vuursche. Uit het huwelijk werden drie zonen geboren, de prinsen Willem-Alexander (1967), Johan Friso (1968) en Constantijn (1969)
De laatste jaren liet de gezondheid van de Prins veel te wensen over. Als het ernstige kwalen betrof die de Prins belemmerden in zijn functioneren, werden hierover op speciaal verzoek van de Prins in openheid mededelingen over gedaan. Voor klachten van depressieve aard werd de Prins tweemaal behandeld: in 1982-1983 onder meer in de Universiteitskliniek van Basel en in 1991 in het Bronovo-ziekenhuis te ‘s-Gravenhage. Eerlijk zijn en de mensen laten zien " dat wij ook maar gewone mensen zijn en bij ons kunnen deze dingen ook gebeuren", daar ging het in de visie van de Prins om. Het respect voor de prins-gemaal is door deze openheid alleen maar toegenomen. Van misschien wel de meest verguisde man in 1965 groeide hij uit tot de meest populaire Oranje. Terwijl de Prins door ziekte steeds meer in zijn functioneren werd belemmerd, sloten de Nederlanders hem steeds meer in het hart. De liefde is bij het aanschouwen duidelijk vermeerdert. Zijn Engels aandoende humor, zijn capriolen op de fiets op Koninginnedag en het wegwerpen van zijn stropdas tijdens een speech staan velen in het geheugen gegrift. Hoewel ernstig verzwakt kon de Prins op 2 februari jongstleden toch het huwelijk bijwonen van zijn oudste zoon en prinses Maxima. Luidruchtig toegejuicht door de menigte werd zijn korte rijtoer naar de Nieuwe Kerk een ware triomftocht. Het zou het laatste openbare optreden van de Prins zijn: zijn wuiven door het open raam van de auto was een groet ten afscheid... Bronnen:
Drs. B.H. de Boer |
|
|
