Congresrede Mr. M. Zonnevylle, voorzitter
Hieronder vindt u de volledige tekst van de congresrede die de voorzitter van de Koninklijke Bond van Oranjeverenigingen in Nederland heeft uitgesproken tijdens het jaarlijks congres op zaterdag 9 oktober 2010.


Mijnheer de Commissaris der Koningin,
Mijnheer Leeuwenburg, Algemeen Secretaris van H.M. de Koningin,
Mijne Heren Burgemeesters van Katwijk en Baarn,
Professor Pleij, Mijnheer Vranken, Mijn Heren Pommer en Vos, Ereleden,
Leden van de Oranjebond,

Het thema van ons congres is: “Ons Koningshuis: een bindende factor binnen de (Nederlandse) samenleving”.

Bij de viering van 3 oktober in Leiden dacht ik ineens aan dat begrip “bindende”. Met duizenden mensen zongen we - tijdens de Koraalzang - het lied “Mijn Nederland” (meer bekend als “Waar de blanke top der duinen”). Het derde couplet luidt als volgt:

“Blijf gezegend, land der Vad’ren
Make u eendracht sterk en groot
Blijve ’t volk der Koninginne
Houw en trouw in nood en dood”.

We zijn vandaag te gast in Katwijk, in deze mooie Oude Kerk in de duinen bij de zeer gastvrije Oranjevereniging Katwijk aan Zee. Met grote inzet viert de Oranjevereniging dit jaar met vele activiteiten voor de lokale samenleving, haar 100-jarig bestaan. Van harte gelukgewenst met dit bijzondere jubileum. Wie het reguliere jaarlijkse programma van de OV KaZ bekijkt, ziet daar een fantastische invulling in van ons thema. Door de bindende kracht van Oranje ook in Katwijk een grote inzet voor de samenleving.
Maar er is vandaag nog een jubileum. De Bond van Oranjeverenigingen in Nederland viert haar 100-jarig bestaan. Onze eerste rechtsvoorganger, de Bond van Christelijke Oranjeverenigingen is opgericht in 1910. Deze bond is uiteindelijk de Christelijke Bond van Oranjeverenigingen gaan heten. Uit een fusie van deze Bond met de Federatie van Oranjeverenigingen in Nederland ontstond de Bond van Oranjeverenigingen in Nederland, die nu 15 jaar bestaat. Ook een jubileum! Belangrijk is dat wij vandaag mogen zeggen (1910-2010): de Oranjebond bestaat 100 jaar. Voldoende redenen, ook voor mij, om stil te staan bij ons congresonderwerp.

Nederland verandert nog steeds; dat alles gaat zeker in een hoger tempo dan vroeger. Het is goed om, juist in deze dagen, waarin zeer velen zich in Nederland over de ontwikkelingen in onze samenleving zorgen maken, ook tijdens dit congres er iets, vanuit onze doelstellingen, daarover te zeggen.

Onze democratische samenleving is niet van gisteren; ook niet van eergisteren. De ontwikkeling die heeft geleid tot een open en vrije samenleving; dit heeft een aantal eeuwen gevraagd. En wij, als Bond van Oranjeverenigingen, constateren dan dat in die geschiedenis van ons land, op beslissende momenten, Oranje er was. Tijd, plaats en omstandigheden bepaalden de rol van Oranje. Vanuit een hedendaagse terugblik - laten we eerlijk zijn - was die rol niet altijd overtuigend. Maar “Oranje” is voor velen in ons land in de afgelopen 450 jaar verbindend en inspirerend gebleven. We mogen met trots zeggen dat er een historisch verbond is (gegroeid) tussen het Nederlandse volk en het Huis van Oranje-Nassau met onze Grondwet als toetssteen. Wie zich zou verdiepen in de geschiedenis van onze Grondwet ziet dat o.a. de Unie van Utrecht aan de basis daarvan ligt. Maar eigenlijk ook al de Acte van Verlatinghe, waarmee de Staten-Generaal Philips II afzetten als Heer der Nederlanden. Wie was de inspirator op die beide momenten, zo van belang voor de vestiging van onze Staat? Willem van Oranje; onze grootste Nederlander aller tijden!

Oranje stond, zou je kunnen stellen, aan de wieg van de eerste ontwikkelingen naar wat wij nu zouden noemen een open en vrije democratische samenleving. Ik vind het ook niet gewaagd om te stellen dat in tijden van verandering en op moeilijke momenten in en voor onze samenleving – toen en nu- Oranje ons bij elkaar heeft gehouden.

De Nederlanden zijn altijd een veelkleurige samenleving geweest, tot in de diepste poriën van onze samenleving. Die vele kleuren hebben glans gegeven aan de veelzijdigheid van onze (huidige) maatschappij. Er is in de afgelopen decennia ook veel weggevallen, afgebroken of gewoon in de mist der tijden verdwenen. In dat perspectief moeten wij ons de vraag stellen wat ons nog bindt? Hierbij is overigens interessant is dat wij van onze nieuwe Medelanders vragen zich te binden aan onze waarden en normen. Kunnen we dat eigenlijk wel vragen? Immers, velen weten zelf niet goed meer in welke mate zij zich nog verbonden voelen met het grotere geheel, het Nederlander zijn; wat mag je dan van nieuwkomers vragen? Is het een open deur als ik toch stel dat zoveel waarden door velen niet of nauwelijks meer of eigenlijk heel weinig nationaal worden gedeeld?

Toch lijkt het soms dat wij het eens zijn over heel veel. Maar zodra we dat gaan toepassen, slaat eensgezindheid om in verschillen van mening. Of zoals H.D. Tjeenk Willink zei bij het 12,5 jarig Regeringsjubileum van de Koningin: “We zijn het over veel eens, zolang we er maar niet over praten”.
Er is dus “evenwichtspolitiek” nodig om die eenheid te bewaren, zeker als veel meer dan vroeger, onze wereld steeds sneller verandert. Voor ons en met ons een grote meerderheid van Nederland, is het Koningschap van Oranje HET symbool, de drager van die “eenheid” geworden!

Op Koninginnedag laten we dat werkelijk overal zien. Interessant dat Paul Schnabel daarover zegt dat “Koninginnedag nu meer dan ooit de drager van de levende geschiedenis is geworden”.

Onze leden willen zich in hun woonplaatsen actief blijven inzetten voor die eenheid. Ook als de omstandigheden zich wijzigen, de wereld verandert, zij gaan stug door. Vanuit het samen”bindende” ideaal “Oranje” houden zij zich met vele en verschillende activiteiten bezig. Naast de organisatie van de “Koninklijke” feestdagen, zorgen zij, al jarenlang in veel gemeenten, soms ook op verzoek van het gemeentebestuur, voor de herdenking en viering van 4 en 5 mei. Zomerfeesten worden georganiseerd en, als het moet, draait men zijn hand niet om voor een Palmpasenoptocht of Kerstzangbijeenkomst. Zelfs Sinterklaas wordt binnengehaald.
Veel Nederlanders zijn verenigd in een lokale Oranjevereniging. Ze doen dat omdat ze zich verbonden voelen met ons land en het Koninklijk Huis, ze doen dat om daarmee invulling te geven aan hun persoonlijk gevoelen iets te willen doen dat goed voor het algemeen belang is, voor het “nut van het algemeen”. Allemaal vrijwilligers, die zich – in een veranderende samenleving - inzetten voor hun medeburgers.
Een groot goed dat altijd zal ( moeten) blijven; dat verandert wat mij betreft, in geen geval.

Tijdens ons Jaarcongres 2008 in Ouderkerk aan de Amstel, wees Paul Schnabel nog eens op de grote betekenis van Koninginnedag voor de sociale cohesie in ons land. Hij stelde: “Oranje is de kleur van het volk geworden, zoals de viering van de verjaardag van de Koningin het vieren van de vrijheid van de burger is geworden”. “Oranje de kleur van het volk, inderdaad. Bij sportmanifestaties zijn we de toeschouwers veelal “oranjegekleurd”. Als we spreken over het Nederlands Voetbalelftal, gaat het over “Oranje”, hetzelfde geldt voor andere sporten. Onze Oranje Koninginnedag, de formele verjaardag van ons staatshoofd, is uniek in de wereld. We mogen met reden trots zijn op die unieke Nederlandse Koninginnedag. En waarom zeg ik dat?
Wij Nederlanders, het “volk”, organiseren Koninginnedag en vele andere nationale momenten zelf! Zelf zorgen we dan voor binden aan en met de samenleving. Laten we er maar eens goed over nadenken, wat het zal betekenen als deze belangrijke momenten in en voor de samenleving, niet meer door die tienduizenden vrijwilligers – en op belangrijke nationale dagen zijn dat veelal de bestuurders en vrijwilligers van lokale Oranjeverenigingen—worden georganiseerd? Niet alleen is er dan letterlijk minder persoonlijke betrokkenheid bij de desbetreffende viering of herdenking, er zal ook veel minder “binding” zijn van de samenleving met dat moment. De overheid zelf of ingehuurde organisatiebureaus kunnen ons gevoel niet of nauwelijks vorm geven!
Tussen haakjes: ik betreur het dat onze overheden daarvoor in veel gevallen geen (financiële) aandacht hebben. De inzet van lokale Oranjeverenigingen is “kostbaar”! Zij geven hun medeburgers de mogelijkheid, inderdaad het gevoel, bij belangrijke gebeurtenissen in onze nationale of lokale samenleving, erbij te (kunnen) horen, er mee verbonden te zijn. En ik voeg daar het volgende aan toe. Elke keer opnieuw kunnen we het vaststellen. Of het nu vreugdevolle momenten of diep ingrijpende gebeurtenissen zijn, van alles wordt samen georganiseerd, alles wordt aangegrepen voor een ( nieuw) houvast. Dat doen burgers zelf.
Ik durf hier wel de vraag te stellen: welk houvast bieden de hedendaagse politici ons als burgers? Hebben wij als burgers nog wel de zekerheid dat we er niet alleen voor staan? Immers, de snelle sociale, economische en politieke veranderingen zijn voor velen ongrijpbaar geworden. Burgers proberen zich uit alle macht vast te houden en de band met het grote geheel vast te houden. Voor mij is het duidelijk, het is “Oranje”, dat bindt, houvast biedt en continuïteit geeft! Wij, als Oranjebeweging, willen daar lokaal en nationaal invulling aan blijven geven.

Voor de duidelijkheid, op deze verjaardag van de Oranjebond, zeg ik daar nog het volgende over. De lokale Oranjeverenigingen zijn verenigd in de “Oranjebond”. Een landelijke vereniging die de Oranjebeweging wil vertegenwoordigen op landelijk niveau. Het is in de afgelopen periode velen niet ontgaan dat wij ons op verschillende momenten laten horen, als wij vinden dat ons geluid gehoord moet worden.
Maar wij willen ook onze leden van dienst zijn. Een aantal onderwerpen, waarmee we ons bezig houden, noem ik hier. Met de BUMA en de SENA maken we afspraken over voordelige tarieven voor onze leden. We geven juridisch adviezen om vooraf, maar helaas ook na calamiteiten, met contractspartners tot goede regelingen te komen. We hebben een communicatiebeleid, waar men ook lokaal zijn voordeel mee kan doen. Via onze website kunnen de leden onderling met elkaar in discussie gaan. We hebben onze gedachten geformuleerd over hoe Koninginnedag na een Troonswisseling kan voortgaan. En heel praktisch: we denken na hoe we onze leden kunnen faciliteren bij activiteiten t.g.v. de Troonswisseling. We overleggen met het Nationaal Comité 4 en 5 mei, omdat veel Oranjeverenigingen lokaal vorm en inhoud geven aan herdenking en viering. Wij kunnen en willen, wij mogen niet achteroverleunen.

Wij, als leden van de Oranjebond, zien het als een blijvende opdracht “Oranje” te steunen, in goede en moeilijke dagen. Wij willen zo met onze lokale en landelijke activiteiten bereiken, dat de binding (sociale cohesie) in onze samenleving, die dreigt af te nemen, in stand blijft of wordt versterkt. Wij gaan ook voor de continuïteit in/van die samenleving! Want wij zijn van vandaag en morgen en zeker niet van gisteren!
Wij voelen ons aangesproken en geïnspireerd door de woorden van de Koningin tijdens Haar Erepromotie in Leiden op 8 februari 2005:
“Het is een voorrecht een rol te vervullen die voor velen in dit land niet alleen een historische, maar ook een actuele betekenis heeft”. De Koningin zei in Haar Inhuldigingsrede in 1980 ook dit: “Het is alsof de tijd ontbreekt zich ergens thuis te voelen”. Ook dat inspireert ons, als wij ons in deze veranderende wereld voor dat thuis (blijven) inzetten. Dat deden en doen Oranjeverenigingen al vanaf 1813, vanuit de erkenning van de historische en waardevolle betrokkenheid van Oranje bij de wereld, onze wereld, van vandaag en morgen! Wij willen, vanuit onze doelstelling, er verder aan werken om dit land een “thuis”te laten zijn en blijven, voor iedereen die hier leeft en werkt, ongeacht zijn/haar positie, levenswijze of herkomst.
In een democratie lijkt een monarchie irrationeel. Maar toch: in onze constitutionele monarchie is de Koning niet verbonden aan een partij en daardoor fungeert hij ook niet als behartiger van specifieke belangen. Zo kan de Koning symbool en exponent zijn van een identiteitsbesef op nationaal niveau. Dat inspireert en geeft “houvast”. Als Oranjebond zien wij in alle opzichten een toekomst en wezenlijke taak voor ons Koninklijk Huis, zeker in een veranderend Nederland en Europa.

Tijdens ons Jaarcongres 2006, waar ook de Koningin in ons midden was, zei Prof. Anne van der Meiden, dat hij het sterke vermoeden heeft dat Nederland nog lang gekoppeld zal blijven aan de Oranjes en hun tradities. “En aan de continuering van het “gevoel” moet u als Oranjebond, een belangrijke bijdrage leveren, het initiatief nemen en profileren”.
Uit mijn woorden mag u opmaken, en ik ben er van overtuigd dat ik namens u allen dat kan zeggen, dat we dat deden, doen en zullen blijven doen.

“Oranje bindt” is dit jaar ons congresthema.
Nu wij als Oranjebond bijeen zijn, zal het zal u niet verbazen dat ik speciaal vandaag mijn grote respect en grootst mogelijke waardering uit spreek voor die “betrokken” inzet van tienduizenden lokale Oranjebestuurders en –vrijwilligers, die zich jaarlijks, op verschillende momenten, veel inspanningen getroosten, om hun honderdduizenden, miljoenen, medeburgers een “thuis” te geven en hen het gevoel van binding en saamhorigheid in een veranderende wereld mee te laten beleven. Zij behoren in ieder geval tot die Nederlanders, die echt onze samenleving maken.

Ik heb gezegd.

 
 
U bent hier:  Home > Actueel > Oranjenieuws > Congresrede Mr. M. Zonnevylle, voorzitter
Koninklijke familie op wintersport
Willem Alexander en Maxima
Hare Majesteit Beatrix