| Congresrede voorzitter Bond van Oranjeverenigingen |
|
Hieronder vindt u de volledige toespraak van Mr. M. Zonnevylle, voorzitter van de Bond van Oranjeverenigingen in Nederland, zoals hij deze vanmorgen - op zaterdag 3 oktober - heeft uitgesproken tijdens het Jaarcongres in Vroomshoop.
Waarde Oranjevriendinnen en – vrienden, Voor ons Jaarcongres zijn wij dit jaar bijeen in Vroomshoop. Van harte wil ik de Oranjevereniging Vroomshoop bedanken voor de gastvrijheid, die de Oranjebond vandaag hier geniet. Dames en Heren, Ons Congres heeft dit jaar als onderwerp “Oranjegevoel, nationaal en internationaal”. Ik hoop dat wij zo dadelijk, mede aan de hand van de opmerkingen van onze gastspreker en, zo u dat wenst mijn opmerkingen, met elkaar dit onderwerp kunnen bespreken. Maar als we spreken over Oranjegevoel, kan en wil ik niet voorbijgaan aan de afschuwelijke gebeurtenissen op 30 april 2009. Welgemeend en met veel respect wil ik hier nogmaals mijn gevoelens van deelneming uitspreken ten opzichte van alle nabestaanden en andere getroffenen. Veel bewondering heb ik voor onze Oranjecollega’s in Apeldoorn. Niet alleen voor de manier waarop zij, samen met de gemeente en gemeenschap van Apeldoorn deze bijzondere dag hadden voorbereid, maar ook voor de manier waarop zij nu bezig zijn met het zoeken naar vormen om Koninginnedag in Apeldoorn, na alle gebeurtenissen dit jaar, opnieuw een “Koninginnedag” te laten zijn en blijven! Ik ga er zonder meer van uit dat ik namens u allen hier kan zeggen dat Koninginnedag, ongeacht in welke vorm, de belangrijkste nationale feestdag lokaal en nationaal ook in de toekomst zal blijven. Het was, het is en het blijft onze “Koninginnedag” . U, de leden van de Oranjebond, samen met uw vele tienduizenden vrijwilligers, wij allemaal gaan daar voor! Dames en heren, waarom gaan wij er voor? In tijden van voor- en tegenspoed zijn de Oranjes, zeker in de laatste twee eeuwen het teken van continuïteit in en van onze samenleving. Ik citeer de heer Tjeenk Willink, vice-voorzitter van de Raad van State: “Op nationaal niveau worden we ons ervan bewust dat er met het vervagen van de grenzen van de staat een grote behoefte is aan een herdefiniëring van de betekenis van de natie. Wat houdt ons hier in Nederland bijeen? Wat zouden we in een groter Europees verband willen behouden? In welke traditie staan we? Nationale burgers zullen alleen Europese burgers kunnen worden, als ze zich thuis blijven voelen in eigen land”. (1) Onderstrepen deze woorden niet de waarde van de inzet van u voor onze lokale en nationale samenleving? Door onze inzet willen wij er blijk van geven dat we het belangrijk vinden een thuis te scheppen dat een bindend element vormt om onze samenleving bij elkaar te houden. Als Nederlanders, en ik stel ook vast dat u allen een heel gevarieerde achterban heeft, willen wij bijdragen aan deze op zich ook zeer kleurrijke samenleving. Daarbij willen wij een gezonde continuïteit en juist in “Oranje” vinden wij dat terug. Oranje staat immers (ook) voor de eenheid van onze kleurrijke samenleving en democratie, waardoor ons land leefbaar blijft voor iedereen. Onze Constitutionele Monarchie, geeft daarvoor het kader aan. Vandaag de dag lijkt het alsof alle basiswaarden van onze samenleving in discussie zijn. Het fundament van onze samenleving lijkt niet meer vanzelfsprekend de stabiele factor. Je kunt er ook anders over denken. Ik zeg met Vonhoff: “Wie zich bezighoudt met de organisatie van ons staatsbestel wordt bij alle gebreken die men zou kunnen bedenken, getroffen door het verschijnsel dat het haast een vanzelfsprekende stabiliteit kent! (2) Hij merkt daarbij vervolgens op dat er golfjes en golven zijn, dat hoort zo, maar die veroorzaken geen fundamentele onevenwichtigheid. Hij noemt als verklaring daarvoor de eigenaardige vorm van monarchaal bestuur die in Nederland is gegroeid en een positieve waardering verdient. Hij gaat ook in op de rol van de Koning in de regering en geeft de grenzen aan. Vanuit de staatkundige geschiedenis van ons land heeft het Nederlandse Koningschap een functie in de regering. Het is niet slechts het representatieve symbool van onze natie en behoort dat ook niet te zijn. “Wel moet dit deel van de soevereiniteit in die zin beperkt blijven dat de uitoefening daarvan is voorbehouden aan dat andere deel van de regering, het kabinet, dat berust op het vertrouwen van de volksvertegenwoordiging. Die grens is er en die moet in stand blijven, maar het is een zone met een marge. Daar ligt een taak voor de minister-president. Naarmate het politieke proces helderder is, wordt de grensafbakening scherper. Zo is de monarchie onderdeel van de democratie” In de notitie ”Het Koningschap” van toenmalig minister-president Kok wordt de rol van de Koning in onze Constitutionele Monarchie nog eens uitgewerkt. Ik zou wensen dat onze volksvertegenwoordigers deze notitie nog eens zouden lezen, sommigen misschien herlezen, om daarna tot een oordeel te komen over het functioneren van onze Monarchie. Tjeenk Willink merkte tijdens het V.N.G.- congres ook nog iets anders op. Hij zei dat er een bestuursstijl wenselijk is, die uitstijgt boven de waan van de dag. Maar liever zijn onze volksvertegenwoordigers “elke dag verbijsterd, geschokt, en hoogst onaangenaam verrast”. Er worden direct uitspraken gedaan over het stijgen van het inkomen van de leden van het koninklijk huis tijdens een recessie, de bouw van een vakantiewoning in het buitenland of over brievenbus firma’s in Den Haag. Onderwerpen, die niet slechts met een oordeel kunnen worden afgedaan. Wel onderwerpen waarbij de verantwoordelijke kabinetsleden met meer inzicht en tact hadden moeten omspringen. Duidelijke communicatie en informatie over deze onderwerpen had er zeker toe bijgedragen dat niet ongewenst en onnodig de monarchie in discussie komt. Anderzijds vind ik, beste vriendinnen en vrienden,dat ook wij in onze monarchie mogen verwachten dat men zich telkenmale zeer bewust is van de implicaties van het doen en laten in een samenleving die een monarchie wil waarderen, toejuichen, maar ook wil respecteren. Zijn de reacties van onze volksvertegenwoordigers ingegeven door de wil het functioneren van de Monarchie als zodanig aan de orde stellen, dan vraagt dat een fundamentele discussie. Laat men die dan ook voeren en niet meteen “verbijsterd, geschokt of hoogst onaangenaam verrast zijn”! Maar ja, een fundamentele discussie vraagt tijd en energie, maar liever zijn we…! Tasten dergelijke discussies de populariteit van ons Koninklijk Huis aan? Ik geloof er niets van. De Nederlander kijkt heus wel heen door de dagkoersen van populariteitspolls. Wij als Oranjebond moeten overigens niet bang zijn voor een openlijke discussie, want: wij weten, net als de overgrote meerderheid van onze landgenoten, wat we hebben en wat de constante waarde daarvan is. Om het ook nog eens anders te zeggen: onze Monarchie is een ijzersterk merk, daar kun je niet ongestraft aan sleutelen. Wellicht ten overvloede, maar ik wil het geheugen van sommigen nog maar eens opfrissen. Ik citeer uit de Inhuldigingstoespraak van onze Koningin op 30 april 1980: “Al wat ons volk ervaart als juist, rechtvaardig, nationaal, wordt in ons staatsbestel getoetst aan uw vertrouwen” en “Niet macht, persoonlijke wil of aanspraak op erfelijk gezag, maar slechts de wil de gemeenschap te dienen, kan inhoud geven aan het hedendaagse Koningschap”. Deze opvatting geeft mij vertrouwen hoe de rol van Koning in deze tijd wordt ingevuld. Over mogelijke politieke invloed van de Koningin, naast datgene wat in de eerder genoemde notitie staat, nog het volgende. Dat de Koningin in ons land nog steeds een rol van belang speelt, ligt niet aan haar, maar aan politici die nog steeds niet in staat blijken het formatieproces zelfstandig tot een goed einde te brengen, aldus Prof. Joop van den Berg. (3) Kortom: Oranje geeft steeds eigentijds invulling aan haar rol in onze constitutionele democratie. Dames en Heren, We leven in een welvarend land. We zijn ook in staat redelijk tot goed voor elkaar te zorgen. De wereld in het algemeen lijkt soms grauw en kleurloos. Gelukkig heeft Nederland nationaal en internationaal altijd kleur. Wij Nederlanders hebben Oranje. We ervaren dat voortdurend. Het vervullen van het Koningschap door onze Koningin, daarbij o.m. gesteund door de Prins der Nederlanden en Prinses Maxima, geeft ons land kleur op hoogtijdagen in de samenleving, bij staatkundige plechtigheden en ook op veel andere momenten. De Koningin is dan op een geloofwaardige en eigentijdse manier dienstbaar aan onze samenleving. Bij het aanvaarden van haar Ere- doctoraat in Leiden ( 2005), stelde de Koningin: “Het is een voorrecht een rol te vervullen die voor velen in dit land niet alleen een historische, maar ook een actuele betekenis heeft. De Koning staat “boven”de partijen, zodat hij zich ongebonden en volledig voor de publieke zaak kan inzetten. In het aanvaarden van het ambt als opdracht in het eigen leven, neemt de Koning de verplichting op zich het respect voor de natie uit te dragen en de waarden van het Koningschap te onderhouden” Door deze uitspraak kunnen u en ik ons geïnspireerd voelen vele uitdagende en ingrijpende veranderingen tegemoet te treden? In deze tijd van snelle veranderingen in Nederland, Europa en verder weg zoeken wij allemaal, om ons staande te houden, naar houvast. Oranje is dat houvast. Niet allen omdat het een bijzondere familie is, niet alleen omdat er een band is van 450 jaar met een familie, maar vooral omdat wij Oranje zien als bindmiddel in onze zo verdeelde (“kleurrijke”) samenleving. Koningin Juliana zei in 1980, bij de aankondiging van haar abdicatie, zo: “Het mooie van mijn taak is in het algemeen welzijn te mogen dienen; een rustpunt te zijn te midden van de werveling van alle stromingen; te mogen helpen streven naar die samenleving, waarin men respect heeft voor wat een ander beweegt, naar een goed samengaan in alle verscheidenheid”. Dames en Heren, het zal duidelijk zijn waar ik sta. Het zal duidelijk zijn waar ik mijn Oranjegevoel mede op baseer! Maar er valt nog veel meer te zeggen. Antropologisch onderzoek laat zien dat collectieve rituelen overal fungeren als bron van informatie over collectieve geschiedenis, traditie en identiteit. Ons land heeft vrijwel geen collectieve rituelen meer en dat heeft de “sociale cohesie” negatief beïnvloed. Mijn Oranjegevoel wordt elk jaar opnieuw gevoed door bijv. Koninginnedag. Die feestdag met miljoenen Nederlanders samen, dat is nu eens sociale cohesie! En zei Prof. Paul Schnabel al niet dat Koninginnedag nu meer dan ooit de drager van de levende geschiedenis is geworden? (4) Dames en Heren, In haar Kersttoespraak 2007 zei de Koningin: “Spanningen en conflicten zullen zich altijd voordoen en kunnen dan ook niet ontkend worden; grieven moeten worden onderkend en ernstig genomen”. Zij constateert ook dat er in onze samenleving nu een neiging is tegenstellingen te verscherpen. Zij vraagt de samenleving dat juist niet te doen, maar samen te zoeken naar wegen om de verschillen en tegenstellingen, die er natuurlijk zijn, te beheersen en op te lossen. Dat is een Koninklijke bijdrage aan de sociale cohesie! Van harte hebben wij publiekelijk onze instemming over laten blijken. Tot slot. Opnieuw Paul Schnabel. Hij spreekt over Koninginnedag en de Dodenherdenking. Leven en dood zijn door een historisch toeval heel nauw met elkaar verbonden geraakt op de nationale kalender. Het is ook een toeval dat het volkslied leed en hoop met elkaar verbindt. Dat bindt, misschien wel elk jaar meer. Over “verbinden”zeg ik het volgende: De Nederlanden zijn altijd een veelkleurige samenleving geweest, tot in de diepste poriën van de samenleving. In zijn vele verschijningsvormen heeft dat glans gegeven aan de veelzijdigheid van de maatschappij. In de afgelopen decennia zijn ook veel verschijningsvormen weggevallen, afgebroken of gewoon verdwenen in de mist der tijden. Wat ons nog steeds bindt, en de overgrote meerderheid van onze landgenoten eveneens, is het “Oranjegevoel”. Niet alleen gebaseerd op een (historische) traditie, maar ook om het bewezen nut en de noodzaak daarvan in dit zo “kleurrijke” land. Ik ga voor dat Oranjegevoel, met U! (1)Toespraak voor het Jaarcongres 2009 van de V.N.G., 10 juni 2009 (2)NRC-Handelsblad, 10 februari 2001 (3)NRC-Handelsblad, 9 januari 2004 (4)Financieel Dagblad 14 mei 2005 |
|
|
