| December 2009 - Wezenlijke en inhoudelijke bijdrage |
|
Hieronder leest u de column van Mr. M. Zonnevylle, zoals is verschenen in de meest recente editie van de Oranjeschakel. Hij gaat in op het gegeven dat de Oranjebond steeds vaker als belangrijke gesprekspartner wordt gezien.
In mijn toespraak tijdens ons Oranjecongres in Vroomshoop heb ik al mijn zorgen uitgesproken over onze volksvertegenwoordigers, die wel heel snel geschokt, verbaasd of hoogst onaangenaam getroffen zijn, een oordeel geven en dan pas aan het werkelijke feitenonderzoek toekomen. Als schrijnend voorbeeld moge dienen de discussie over veranderingen in de Constitutionele Monarchie. Als dan een journalist de vraag stelt: “moet de wet niet gewijzigd worden, want het moet de politiek zelf toch zijn, die de kabinetsformatie regelt?”, was mijn vraag: “welke wet bedoelt u dan?” De rol van de Koning(in) bij de kabinetsformatie is namelijk gebaseerd op staatsrechtelijk gewoonterecht en niet op enige formele wet. Dan is het opvallend dat na een initiatief in de Tweede Kamer, begin jaren ’70, om de Tweede Kamer zelf een rol te geven, daar nog steeds geen invulling aan is gegeven. Dan komt vervolgens het zogenaamde Zweedse model aan de orde. Al snel blijkt dan dat men ook daar de inhoud niet van kent. Ik constateer dat in de discussies de verschillende woordvoerders van de Oranjebond een wezenlijke en inhoudelijke bijdrage leveren. Wij hebben daardoor zeker aan gezag gewonnen. Ik stel vast dat wij in de laatste ledenvergadering in Woudenberg een goede en inhoudelijke discussie hebben gevoerd. Ik ben blij met de eindconclusie dat het handelen van het bestuur werd onderschreven. Het moet duidelijk zijn: de Oranjebond gaat voor de vaste waarde van het Koningschap in de Nederlandse samenleving. In de afgelopen periode hebben wij dat nog eens uitdrukkelijk aan onze samenleving kenbaar gemaakt. |
|
|
